BEZIELDE KOSMOS – ERVIN LASZLO

Nieuwe wetenschappelijke visie op leven en bewustzijn in het universum

Voorwoord – Onderzoekers aan het front van de moderne wetenschap komen tot een nieuw en opmerkelijk INZICHT in de aard van het universum en alle dingen die ertoe behoren, namelijk als een quasi-levend, samenhangend geheel. Alle dingen in dit universum hangen met elkaar samen. Alles wat op de ene plaats gebeurt, voltrekt zich ook op andere plaatsen; alles wat ooit op een bepaald moment is gebeurd, voltrekt zich ook op alle overige momenten. Niets is van voorbijgaande aard, het ene moment nog hier, het volgende moment vervluchtigd.

Het universum is geen wereld van dingen en gebeurtenissen die los van elkaar staan, geen wereld met waarnemers vanbuiten die een onpersoonlijk schouwspel gadeslaan. Anders dan de van alle bezieling gespeende wereld van de klassieke natuurkunde is het zelfs niet stoffelijk. Materie – de stof die bestaat uit deeltjes, verenigd in atomen, verenigd in moleculen, verenigd in cellen, verenigd in organisme – is geen afzonderlijk ‘ding’. Materie bezit ook geen eigen realiteit. Zij blijkt in laatste instantie energie te zijn, gebonden in kwantum-golfpakketjes, die zelf gebonden zijn in de immense, harmonieuze architectuur die de werkelijkheid vormt van de wereld die wij kennen. De wijdverbreide idee dat het universum alleen bestaat uit materie, dat alle materie is gecreëerd gedurende de oerknal, en dat alle materie uiteindelijk zal verdwijnen in zwarte gaten of een kosmische implosie, is een kolossale vergissing. Ook de veronderstelling dat wij, als we eenmaal weten hoe materie zich gedraagt, ‘alles’ zullen weten – een geloof dat de aanhangers van de klassieke fysica gemeen hebben met de marxistische ideologie – is pure sofisterij. Dit soort veronderstellingen is definitief achterhaald.

Het universum is verbluffender dan de klassieke fysica, ingenieurs en marxisten voor mogelijk hebben gehouden. En de eenheid van het universum met al zijn WEDERKERIGE samenhangen gaat veel dieper en is veel doorwrochter dan zelfs de beste auteurs van sciencefiction zich konden voorstellen.

De moderne ontdekking van de volledige HEELHEID en samenhang van het universum is de vrucht van voortgezet onderzoek, gebaseerd op waarnemingen en getoetst aan de hand van experimenten. Dit leert ons een totaal ander wereldbeeld kennen dan de mechanistische, materialistische en REDUCTIONISTISCHE (zie ook Pim van Lommel op deze site) kijk op de wereld die ons op school werd onderwezen. Een coherente, samenhangende kosmos die één geheel is, bevestigt een millennia oud BEWUSTZIJN dat deel uitmaakte van de traditie van iedere beschaving – het besef van een bezielde kosmos.

De bezieling van de kosmos als een quasi-levend, coherent geheel is een beeld dat stoelt op de jongste ontdekkingen in de natuurwetenschappen, maar het basisconcept zelf is niet nieuw; integendeel, het is zo oud als de menselijke beschaving. In vervlogen tijdperken waren de onderlinge samenhang en heelheid van de wereld een gegeven voor medicijnmannen, priesters en sjamanen, zieners en wijsgeren, en alle mensen die de MOED hadden om verder te kijken dan hun neus lang was en ontvankelijk bleven voor wat zij waarnamen. Dit weten (innerlijk weten, ‘dit vreemde weten’ – blz. 18 van dit boek, komt eraan!) kwam echter voort uit HET soort INZICHT dat berust op mystieke, religieuze of esthetische ervaring, zodat het bij uitstek subjectief en niet te verifiëren was, ook al was er voor degenen die het hadden ervaren geen zweem van twijfel mogelijk. Thans, in het eerste decennium van de 21e eeuw, zijn onderzoekers op de pioniersgebieden van de empirische wetenschappen hard op weg de bezielde kosmos opnieuw te ontdekken, waardoor zij de subjectieve ervaring – die er vanuit het rijk van de niet-verifieerbare intuïtie van getuigde – verheffen naar het domein van verifieerbare, interpersoonlijke en daarmee exoterische kennis.

De herontdekking van de bezielde kosmos is méér dan alleen theorie, en zij is niet alleen voor wetenschapsbeoefenaren van belang. Zij brengt ons dichter dan ooit bij het wegrukken van de sluiers van de zintuiglijke waarneming, waardoor we zicht krijgen op de aard van de daarachter verscholen werkelijkheid.

Ook voor ons leven en WELZIJN is de herontdekking van de bezielde kosmos een fortuinlijke ontwikkeling. Zij verleent geldigheid aan iets wat we altijd al hebben vermoed, maar wat we in onze moderne tijd niet onder woorden konden brengen – en we probeerden dat ook niet eens, dichters en verliefde mensen buiten beschouwing gelaten. Dit ‘iets’ is een besef van verbondenheid in eenheid. Wij hebben deel aan elkaar en de rest van de natuur; wij zijn geen vreemden in dit universum. Wij zijn een coherent deel van een coherente kosmos – evenzeer als een deeltje, een ster of een sterrenstelsel. Het verschil is dat de mens een met bewustzijn toegerust deel van de kosmos is, een wezen dat in feite de wereld in staat stelt zichzelf te kennen.

(Pim van Lommel: ALLES is BEWUSTZIJN) (… Dit onderscheid bestaat hierin dat bewustzijn moet worden gezien als stuwende kracht achter de manifestatie. Stof, kracht, en geest zijn uitingen van hetzelfde op verschillende gebieden. Het menselijk denken is een specifieke vorm of uiting van bewustzijn; bewustzijn is een algemeen begrip dat niet alleen geldt voor mensen. Bewustzijn moet worden gezien als stuwende kracht achter de manifestatie. Wat in de vorige les werd aangeduid als de kracht achter de verschijnselen, is het bewustzijn dat in en door dat verschijnsel werkt. Het is de stuwende kracht achter elke uiterlijke vorm of manifestatie. Elk wezen brengt, overeenkomstig zijn ontwikkeling, dat bewustzijn tot uitdrukking. Cursus: Anders Denken Stichting I.S.I.S. – 070-346 15 45)

Deze erkenning is een gezonde basis voor het herontdekken van een dieper besef van betekenis in ons leven. Bovendien is zij op dit cruciale moment in onze collectieve geschiedenis een nieuwe en meer betrouwbare richtingwijzer.

Wij kunnen ons potentieel als bewuste wezens tot expressie brengen; (zie direct hierboven: ‘Anders Denken’) wij kunnen de bezielde kosmos leren kennen. Dit is niet onmogelijk; het is zelfs niet eens al te moeilijk. Los van de complexe deducties en cryptische wiskunde van de wetenschappelijke pioniers blijkt het basisconcept van een samenhangend en heel universum zowel eenvoudig als betekenisvol te zijn. Het is zelfs wonderbaarlijk mooi. Als we het tot ons geestelijk eigendom maken, komen we daar waar onze voorouders al veel eerder zijn geweest. Wij zijn echter toegerust met veel meer zekerheden dan zij ooit hadden. De wetenschappelijke pioniers verzekeren ons dat we onszelf niets wijsmaken: we zijn werkelijk thuis in het universum.

Innerlijk weten, ‘dit vreemde weten’  blz. 17 en 18 – Bezielde Kosmos: … Sommige aspecten van de kosmische coherentie – zoals de harmonische verhoudingen tussen de belangrijkste parameters van de kosmos en de consistente evolutie van verre sterrenstelsels – verwijzen naar de non-lokale aard van de grondstoffen die de kosmos ‘stofferen’. Dit vloeit voort uit de merkwaardige ‘verstrengeling’ van de tot kwantumpakketjes gebundelde microdeeltjes die de kleinste herkenbare elementen van de fysische realiteit zijn. Deze deeltjes, bekend als ‘kwanta’, vertonen zowel golfeigenschappen als deeltjeseigenschappen. Bovendien blijken kwanta in tijd en ruimte met elkaar verbonden te zijn. Daar komt nog bij dat kwanta zelf geen definitieve eigenschappen bezitten en in diverse toestanden tegelijk bestaan – totdat ze worden geobserveerd of gemeten. Deze toestanden zijn niet ‘reëel’, maar ‘potentieel’: het zijn toestanden die het kwantum kan aannemen zodra het wordt geobserveerd of gemeten. (Het is alsof de waarnemer – of het meetinstrument – het kwantum uit een oceaan van mogelijkheden vist. Als een deeltje uit die oceaan wordt gevist, wordt het reëel in plaats van virtueel, maar niemand kan ooit bij voorbaat bepalen welke van de diverse reële toestanden die ‘het zou kunnen aannemen’ het ook daadwerkelijk aanneemt.

Alsof deze ‘mysterieuze’ kwantumzee nog niet ondoorgrondelijk genoeg is, kunnen de verschillende elementen van de reële toestand van deeltjes nooit allemaal tegelijk worden gemeten: als we een van deze toestanden (zoals de positie of de energie) meten, wordt de andere toestand wazig (zoals de snelheid of het waarnemingsmoment). Dit is bekend als het onzekerheidsprincipe van Heisenberg.

Het verbazingwekkendste en opmerkelijkste van alles is het gegeven dat het kwantum ‘non-lokaal’ is. Kwanta blijken buitengewoon gesteld op gezelschap; als ze eenmaal in dezelfde kwantumtoestand verkeren, blijven ze met elkaar verbonden, ongeacht hoe groot de afstand ertussen is. Deze merkwaardige connectie, die tijd en ruimte overstijgt, kwam aan het licht toen een gedachte-experiment van Einstein en zijn collega’s Boris Podolski en Nathan Rosen – het zogeheten EPR-experiment – met behulp van fysische instrumenten werd getoetst. Dit experiment was voor het eerst in de jaren tachtig van de vorige eeuw uitgevoerd door de Franse fysicus Alain Aspect. Sindsdien is het in laboratoria overal ter wereld met succes herhaald.

Einstein had het experiment voorgesteld op grond van de verwachting dat het de beperking bij het gelijktijdig meten van de verschillende toestanden van een fundamenteel deeltje zou overwinnen. Het berust op de gedachte twee deeltjes te nemen die in een zogeheten singlet-toestand verkeren, een toestand waarin hun spintoestanden elkaar opheffen, met als eindresultaat een spin van nul. Hierna laat men de deeltjes uiteengaan totdat ze een bepaalde afstand hebben bereikt. Als de spintoestanden van beide deeltjes worden gemeten, zou de onderzoeker de beide spintoestanden ‘gelijktijdig’ kennen.

Als deze proef wordt uitgevoerd, doet er zich een vreemd verschijnsel voor: hoe groot de afstand tussen de tweelingdeeltjes ook is, steeds blijkt – als een van beide wordt gemeten – het meetresultaat bij de tweede exact gelijk te zijn, hoewel dit onmogelijk van tevoren bekend kan zijn. Het is alsof het tweede deeltje ‘WEET’ wat er met het eerste deeltje gebeurt. De informatie die ten grondslag ligt aan ‘DIT VREEMDE WETEN’ lijkt over ongeacht welke afstand te worden overgebracht, en wel nagenoeg ogenblikkelijk. Bij de experimenten van Aspect was het tijdsverloop naar schatting niet groter dan een miljardste seconde, ongeveer twintig keer de lichtsnelheid; en bij een later experiment, in 1997 uitgevoerd door Nicolas Gisin, bleek dat de snelheid waarmee de informatie wordt overgebracht 20.000 keer groter is dan de lichtsnelheid in de ‘lege’ ruimte. …  (blz. 18 – Bezielde Kosmos)

Blz. 13 – Bezielde Kosmos: … Systemen die dicht bij de evenwichtstoestand staan zijn overwegend inert en niet in staat tot het in stand houden van processen als de stofwisseling of de voortplanting die voor de levende toestand essentieel zijn. Een organisme verkeert uitsluitend in thermodynamisch evenwicht als het dood is. Het verkeert – zolang er nog leven in schuilt – in een toestand van ‘dynamisch’ evenwicht, waarin het energie en informatie kan opnemen, zodat deze beschikbaar zijn voor de werking en kanalisering van zijn levensfuncties.   …

< Terug naar artikelen

>Bezielde kosmos